Kindernevendienst 16 mei 2021

Hoi jongens en meisjes!

We hebben het deze zondag over Timotheus, hij was een leerling van de apostel Paulus.
We horen wie voor hem een voorbeeld in het geloof zijn geweest en hoe hij nu zelf graag een voorbeeld wil zijn.

Lees het onderstaande verhaal maar eens door.

Timoteüs loopt allerlei straatjes door, langs de markt, onder de poort door, de stad uit. Hij blijft niet staan bij de kraampjes en hij maakt geen praatje met de mannen die bij de poort staan. Hij wil even alleen zijn nu. Hij moet nadenken. Timoteüs werkt in de kerk van Efeze. Hij is daar de leider. Hij vindt het fijn om voor te lezen uit de heilige boeken. Om over Jezus te vertellen. En om de mensen uit te leggen wat God van ze vraagt. Maar het is soms ook wel heel moeilijk. Want Timoteüs is nog maar een jonge man. En sommige mensen denken daarom dat hij nog helemaal niets over God of over Jezus weet. ‘Timoteüs is nog maar zo jong,’ zei een oude meneer in de kerk gisteren. ‘Jullie kunnen beter naar mij luisteren. Ik ben oud. Ik weet het allemaal veel beter.’ En toen vertelde hij allemaal dingen die hij zelf verzonnen had. Bijvoorbeeld dat je niet mag trouwen als je in Jezus gelooft. En hij zei ook: pas op dat je geen verkeerde dingen eet, want dan wordt God boos op je. Timoteüs zucht. Het was helemaal niet waar wat die man zei. Maar er zijn mensen die het toch geloven. Was zijn vriend Paulus nog maar hier. Kon hij maar even met hem praten. Paulus is een stuk ouder dan hij. Ze werkten eerst altijd samen, Paulus en hij. Paulus kan alles zo goed uitleggen, en iedereen luistert naar hem. Maar nu staat Timoteüs er helemaal alleen voor.

‘Timoteüs!’ roept een stem. ‘Timoteüs!’ Timoteüs kijkt om. Er komt iemand naar hem toe rennen. Het is Julius, een jongen die ook bij de kerk hoort. Hij heeft iets in zijn hand. Een rol papier, lijkt het wel. ‘Timoteüs, ik heb wat voor je!’ hijgt Julius. Een brief? Dat is heel bijzonder. Timoteüs heeft nog nooit een brief gekregen. ‘Dank je wel, Julius,’ zegt hij. En hij gaat op de grond onder een vijgenboom zitten en rolt de brief voorzichtig open. Van wie zou hij zijn? Ah, kijk. Daar staat het: ‘Van Paulus.’ Zijn vriend Paulus heeft hem een brief geschreven. Dat is fijn! Timoteüs begint snel te lezen.

Beste Timoteüs, ‘Ik houd veel van je. Het voelt een beetje alsof ik je vader ben en alsof jij mijn zoon bent. We geloven allebei in Jezus, en we werken allebei voor Hem. Ik denk vaak aan je, aan hoe sterk je geloof is. Ik weet dat jouw oma en je moeder ook in God geloofden. Zij hebben je toen je klein was over Jezus verteld, en nu mag jij het goede nieuws zelf doorgeven. Ik weet dat je dat soms moeilijk vindt. Ik weet dat het niet altijd makkelijk voor je is in Efeze. Maar ik wil toch graag dat je er nog een poos blijft werken. Weet je wat het allerbelangrijkste werk is dat je kunt doen? Bidden voor andere mensen. En God bedanken voor alles wat Hij geeft. God heeft jou bijzondere kracht gegeven om de woorden van Jezus uit te leggen. Dat moet je blijven doen. Luister niet naar de mensen die zelf verhalen verzinnen. Vertel de mensen dat ze moeten leven zoals God het bedoeld heeft. God wil alle mensen redden. Misschien denk je: maar ik ben nog zo jong. De mensen in de kerk luisteren niet naar me! Maar God heeft jou deze taak gegeven, en Hij geeft je ook de kracht om je werk te doen. Jij kunt door de manier waarop je leeft een voorbeeld zijn voor de andere mensen in de kerk. Door te laten zien dat je van mensen houdt. Door je geloof. Ik geef je in deze brief een heleboel handige tips die je kunnen helpen om een goede leider van de kerk te zijn. Maar het allerbelangrijkste is: wees een voorbeeld voor andere mensen door je liefde en door je geloof.’

‘Is het een mooie brief?’ vraagt Julius. ‘Een heel mooie brief,’ zegt Timoteüs. Hij rolt de brief voorzichtig weer op en springt overeind. ‘Ik ga hem straks thuis verder lezen. Kom! We gaan terug naar de stad. Ik ben heel blij dat je me deze brief even bent komen brengen, Julius. Dat was net wat ik nodig had.’

Dit vind je misschien ook leuk...