Kindernevendienst 28 maart 2021

Een spoor van liefde
Dat is het thema van het project waarmee we dit jaar naar Pasen toeleven. Op deze zondag staat Johannes 18:1-14 centraal: een groep soldaten komt om Jezus gevangen te nemen.

Het is de dag voor het Paasfeest begint. Jezus en zijn vrienden hebben vanavond samen gegeten en gepraat. Jezus weet dat het niet lang meer zal duren voor hij gevangengenomen zal worden. Daarom heeft Hij zijn vrienden tijdens het eten alles verteld wat ze moeten weten wanneer Hij niet meer bij hen is. Na het eten zijn ze naar buiten gegaan voor een wandeling. Ze wandelen door een boomgaard, een eindje uit de buurt van Jeruzalem. Het is een rustige plek, waar ze wel vaker komen. Jezus is stil. Ook zijn vrienden praten niet. Ze denken na over alles wat Jezus tegen hen gezegd heeft. Hé, wat is er aan de hand? In de verte klinken stemmen, die steeds harder worden. Er komen mensen aan. Wat komen ze hier doen? Wacht even – het zijn soldaten en knechten van de priesters uit de tempel. Ze hebben zwaarden bij zich en stokken, en ze hebben fakkels en lantaarns om alles beter te kunnen zien in het donker.

En Jezus’ vriend Judas is er ook bij. Hij loopt zelfs voorop. Hij doet net of hij bij de soldaten hoort, in plaats van bij Jezus. Hij wijst ze de weg. ‘Hierheen,’ zegt Judas. ‘Dit is de plek waar Hij altijd naartoe gaat.’ De vrienden van Jezus schrikken vreselijk van de soldaten. Maar Jezus lijkt niet bang te zijn. Hij rent niet weg. Hij verstopt zich niet. Hij loopt op de soldaten af. ‘Wie zoeken jullie?’ vraagt Hij. ‘Jezus!’ roept een soldaat. Jezus spreidt zijn armen. ‘Ik ben het,’ zegt Hij. De soldaten schrikken. Ze doen snel een paar stappen achteruit. Ze vallen op de grond. Als ze weer overeind zijn gekrabbeld, staat Jezus nog gewoon op dezelfde plek te wachten, alsof er niets gebeurd is. Hij ziet er helemaal niet bang uit. ‘Wie zoeken jullie?’ vraagt Hij nog een keer. Een van de soldaten stapt naar voren. Hij schraapt zijn keel. ‘Wij zoeken Jezus uit Nazareth,’ zegt hij. ‘Dat ben Ik,’ zegt Jezus. ‘Dat vertelde Ik jullie zonet al. Als jullie Mij zoeken, laat mijn vrienden dan gaan.’ Op dat moment springt Petrus naar voren. Hij heeft een zwaard in zijn hand. Hij heeft het toch gezegd? Hij heeft gezegd dat hij voor Jezus wilde vechten. Dat hij zijn leven voor Jezus over had. En dat meende hij. Je bent pas een echte vriend als je je leven voor iemand geeft, zei Jezus vanavond, en dat gaat Petrus doen. Hij weet best dat de soldaten met veel meer zijn en dat ze veel sterker zijn. Hij kan dit nooit winnen. Maar hij laat Jezus niet zomaar gevangennemen. Jezus is zijn vriend. Petrus rent op de soldaten af en slaat om zich heen. Hij wil die soldaten allemaal wegjagen. Maar dan hoort hij de stem van Jezus. ‘Stop,’ zegt Jezus. ‘Petrus, doe dat zwaard weg. Je moet niet vechten. Mijn Vader wil dat dit gebeurt. En Ik doe wat mijn Vader wil.’ Petrus zucht. Hij laat zijn zwaard zakken. De soldaten stappen naar voren en grijpen Jezus bij zijn armen. Ze binden zijn armen achter zijn rug vast met touwen, zodat Hij niet kan ontsnappen. ‘Mee komen, jij,’ zeggen ze streng. ‘Naar Jeruzalem. Daar gaan ze. De soldaten, de knechten van de priesters, Judas. En Jezus, die met touwen is vastgebonden. Naar het huis van de hogepriester. Maar de hogepriester vindt dat Jezus moet sterven! Dat heeft hij een poosje geleden al gezegd. ‘Het is het beste voor iedereen als die man sterft,’ zei hij toen. Hoe gaat dit aflopen?

WAT EEN REACTIE! Petrus neemt het voor Jezus op en trekt zo snel hij kan zijn zwaard. Geen soldaat wist wat Petrus ging doen. Het was al gebeurd voor ze zelf konden reageren. In dit proefje test je jouw eigen reactievermogen.

Dit vind je misschien ook leuk...